Tweede Natuur – Manifest

We zijn omringd door geschiedenis, door tijd en door veranderlijkheid. Niets staat stil: groei en verval zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De tentoonstelling Tweede Natuur is een uitnodiging om men met een andere bril naar de gebouwde omgeving te kijken. Een blik die niet wordt gekleurd doordat er wordt nagedacht hoe die prachtige, vervallen gebouwen zouden kunnen worden herbestemd, of dat sloop nodig is om iets te realiseren dat wél rendabel is. Men zou met een blik van verwondering moeten kijken, om de schoonheid te zien die zit in de geleidelijke overname van de natuur.

Er komt ontegenzeggelijk een moment dat de natuur overneemt en zich opnieuw eigen maakt. Zodra er een barst komt in het gladde, dichte beton, pakt zelfs het kleinste plantje zijn kans. Haarfijne wortels boren zich door het materiaal, op zoek naar voedingsstoffen. Gretig drukken ze het harde oppervlak omhoog, dat eerst bobbels en dan barsten vertoont. Hoe meer barsten er ontstaan, hoe meer substraat zich in de breuken nestelt. Pioniers vestigen zich in de scheuren, en binnen vijf jaar staan er wilde bloemen, struiken en kleine bomen. Het gebouw als ‘gastheer’ zal decennia, misschien wel honderden jaren zichtbaar blijven. Maar de tussenfasen die ontstaan brengen een continu veranderende ruimtelijke realiteit met zich mee.

Dit manifest is een verkenning naar een natuurlijke, langzame transformatie waarbij de natuurlijke tijd wordt toegelaten. Het ultieme lot van ieder gebouw is immers dat – als de mens zich terugtrekt, het weer tot een landschap transformeert.

aanleiding

Toen de Lehman Brothers in 2008 failliet gingen, luidde dit een wereldwijde kredietcrisis in. Het economisch herstel volgt maar langzaam. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de stagnatie in investeringen een grote invloed heeft en heeft gehad 
op de ruimtelijke ordening van Nederland – en op het vastgoed. Er staan in Nederland meer dan negenhonderd gebouwen langdurig leeg. Industrieel erfgoed, kantoren, overheidsgebouwen, bedrijventerreinen, kerken en kloosters. Daar zijn de miljoenen vierkante meters kantooroppervlak nog niet in meegenomen. Wat deze gebouwen gemeen hebben zijn de vaak kansloze uitzichten. Ze zijn te groot, te gedateerd, te duur en staan op een ‘verkeerde plek’ – het zijn gebouwen die in economische en sociale zin hun waarde niet hebben kunnen behouden. De realiteit van een overheid die zich steeds verder terugtrekt en moet bezuinigen en de vele honderden leegstaande objecten waar met geen mogelijkheid een nieuwe bestemming voor gevonden
kan worden, biedt ruimte voor nieuwe initiatieven en inzichten.

een pleidooi voor ‘niets doen’

Er zijn verschillende scenario’s voor gebouwen die met leegstand geconfronteerd worden. Als renovatie niet tot de opties behoort en herbestemming niet mogelijk is, volgt sloop. Of leegstand. En op langdurige leegstand volgt verval. Het accepteren van verval staat in schril contrast met onze cultuur van groei en vooruitgang, zoals we sinds de industriële revolutie kennen. ‘Falen’ en verval zijn mede daardoor geen vanzelfsprekend onderdeel meer van ons systeem. Zeker in Nederland komt het meestal niet zover dat
 er niets wordt gedaan, en een gebouw langzaam vergaat. Verval is iets dat we als negatief ervaren. Verval staat voor degeneratie. En als we het over degenereren hebben, bedoelen we altijd achteruitgang. In andere woorden: verval confronteert ons het falen van een systeem, een idee, een geschiedenis. Verval is vergankelijkheid. En vergankelijkheid is een pijnlijk begrip, want het leidt tot vergetelheid.

In plaats van leegstaande gebouwen te beschouwen
 als objecten waar iets aan verdiend zou moeten
 worden, kan de luwte een aanleiding zijn tot een 
andere manier van denken. In plaats van leegstand of dreigend verval als falen op te vatten, kan de leegte
 en haar ‘ongeprogrammeerdheid’ juist een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving – door haar toe te laten en tijd en natuur de ruimte te geven, in plaats van te bevechten. Nederland heeft extreem weinig ongeplande plekken. Weinig magische plekken. Waar zijn onze ‘geheime tuinen’? In de luwte kunnen pareltjes ontstaan: aan ons de taak om deze te herkennen, en te koesteren.

tijd voor een alternatieve aanpak

Ondanks de negatieve connotatie heeft verval al eeuwen
 een hele grote aantrekkingskracht. Het motief van de ruïne staat in ons collectieve geheugen gegrift, en heeft door de eeuwen heen talloze schilders en poëten geïnspireerd. De Romantische Gedachte – waarbij de mens als onderdeel wordt gezien van een groot systeem, dat alles uiteindelijk overwint en overwoekert: de (goddelijke) natuur – heeft zijn geldigheid en aantrekkingskracht geenszins verloren.

De klassieke ruïnes zoals we ze kennen van oude schilderijen en vakanties vormen bijzondere habitats in het landschap. De gebruikte materialen, zoals kalkrijke voegmortel, maken dat er planten kunnen gedijen die in het omringende landschap niet voorkomen. De ruïnes vormen zo waardevolle oases in het landschap. De natuur introduceert daarbij een nieuwe, poëtische, landschappelijke laag in een gebouw. Wat voor waarden ontstaan er als ‘de tijd de ruimte krijgt en de ruimte de tijd’? Het gaat hierbij bewust niet om rendement, maar om schoonheid, om natuurwaarden en ecologische waarden. Die net zoveel, of misschien zelfs meer, bestaansrecht hebben.

Dit vergt een andere manier van denken, ook van ‘experts’. Kunstenaar Louis le Roy heeft met zijn visie een hele generatie heeft beïnvloed:

“De hedendaagse stedelijke omgeving is een voorgevormd milieu. De mens is er toeschouwer, geen deelnemer. Hij
 leeft ontkoppeld van ruimte en tijd. Hoe kan zich binnen dit beperkte ecosysteem van de stad een natuurlijk systeem ontwikkelen, een complexe omgeving waarin de tijd de ruimte krijgt en de ruimte de tijd. Die ontwikkeling zou een fundamentele verandering betekenen, die haaks staat op de huidige structuren van politiek, geld en regels.”

‘Tweede Natuur’ is geen pleidooi voor verval. Het is wél een pleidooi voor een andere wijze van transformeren, als alternatief voor sloop: met minder geld, met ruimte voor tijd en natuur, waarbij een geleidelijk proces van acceptatie in gang wordt gezet. Tweede Natuur is een onderzoeksproject dat gaat over tijd, over verval en groei, over een kleine wildernis, over een hybride vorm tussen architectuur en landschap. Over een nieuwe realiteit, waardoor een waarde wordt gecreëerd die verder gaat dan uit te drukken is in economisch rendement. Zodat er ‘groene monumenten’ kunnen ontstaan, die alleen al waarde hebben doordat ze er zijn.

3 maart 2018

Gerelateerd